GEIT OP DE VOORGROND

 

Provinciale Bond van geitenfokvereen in Zuid-Holland
Jaarverslag 1928
Op de Haagsche tentoonstelling behaalden wij met een groep van vier geiten en een bok een derden prijs.
In die groep stond Cor 2237 R van H. van der Grond te Strijen, waarvan de volgende melklijsten bekend zijn:
1924: 459 Kg. melk met 4,95 % vet in 251 dagen.
1925: 631 Kg. melk met 4,83 % vet in 305 dagen.
1926: 756 Kg. melk met 4,89 % vet in 294 dagen.
1927: 812 Kg. melk met 4,73 % vet in 290 dagen.

Verder haar dochter Cor II 3697 S die in 1927 als eenjarige gaf 727 K.G. melk met 5,09 % vet in 255 dagen, en haar kleindochter Henny 4684 S, dochter van Cor II, geboren in 1927.
 
De vader van Henny 4684 was Dirk I 136 S, wiens moeder Dirkje 1181 R de volgende melklijsten heeft gegeven:
900 Kg. melk met 4,90 % vet in 267 dagen.
646 Kg. melk met 5,10 % vet in 169 dagen.
Dus een familiegroep van hooge fokwaarde.
Dhr. Kramer,
De Geit en hare Verzorging, februari 1929

     

Mej. Cor van der Grond
No. 2237, Strijen.
Beste Cor,

Ik heb je lang niet durven schrijven meid, de moed ontbrak mij toe, nu je daar in Den Haag zoo bent afgewezen, gezakt voor het examen. Ik weet, je hadt vertrouwen in mij, je leermeester, die je elk jaar zulke goede rapporten toekende, die je met moed zag gaan en toen – die teleurstelling, van niet eens terug te mogen komen.

Ze vonden je klein en dat is niet te ontkennen, maar Napoleon was ook klein en hij heeft eigenschappen ontwikkeld, die hem tot een wereldheerscher hebben gemaakt.
Ik weet niet, of je dat mooie verhaaltje kent uit Zonneschijn Van Buul: De Kleine Tamboer, die bespot werd, omdat hij zoo klein was, maar van wien de generaal moest erkennen dat hij, de kleine held, den slag had gewonnen, het vaderland had gered. Als je het verhaaltje niet kent, vraag dan eens of je jonge meester het eens voor wil lezen.
Het zal je troosten, want ik weet maar al te goed, hoe het op een dorp gaat. Ze wijzen je na en zeggen: “Die Cor van der Grond is gesjeesd, die is toch zeker niet zoo knap, als die meester uit Hoogvliet altijd heeft gezegd.”
Anderen lachen je uit omdat ze je de overwinning niet gunnen en leedvermaak in je ongeluk hebben. Maar ik blijf van je houden al was je duizendmaal gezakt. Je blijft voor mij de goede, degelijke Cor, die zonder praatjes haar werk verricht voor haar baas.

Ik heb je getuigschriften nog eens opgevraagd en je vindt het misschien gek, dat ik die aan jou zelf stuur, maar je hebt geen natuur om trotsch te worden en je te gaan verhoovaardigen over je goede eigenschappen. 
De ondergeteekende verklaart, dat Mej. Cor 2237 R, geboren in 1923 gaf in:
1924: 459 K.G. melk met 4,95 % vet in 251 dagen.
1925: 631 K.G. melk met 4,83 % vet in 305 dagen.
1926: 756 K.G. melk met 4,89 % vet in 294 dagen.
1927: 812 K.G. melk met 4,73 % vet in 290 dagen.
1928: 691 K.G. melk met 4,14 % vet in 244 dagen. (het laatste nog niet afgesloten, doch berekend).

En haar ook gesjeesde dochter Cor II 3697 S, geboren in 1926 gaf in:
1927: 727 K.G. melk met 5,09 % vet in 255 dagen.
1928: 639 K.G. melk met 4,24 % vet in 213 dagen (berekend).

De melkcontroleur
Je dochter drukt dus de voetstappen van haar moeder. Je moogt trotsch zijn zoo’n kind zijn.
Weet dus, dat ik, je leermeester, een ongeschokt vertrouwen in je blijf hebben. Je blijft voor mij de degelijke werkzame Cor van der Grond. 
Je toegenegen meester,
H. Roest
Hoogvliet, December 1928

   

Een geit, die voor de Zuid-Hollandsche geitenfokkerij van groote beteekenis is geweest. 
Cor 2237 R
In het jaarverslag van den Provinciale Bond van Geitenfokvereen in Z.-H. over het jaar 1928 werd door den toenmaligen secretaris, dhr. Kramer, het een en ander geschreven over de geit Cor 2237 R., die ook ingezonden was op de Nationale Tentoonstelling in Den Haag.
Hij noemt onder andere de melklijsten van deze geit en van eenige dochters op en eindigt hier over met de woorden: “Dus een familiegroep van hooge waarde”.
Het leek mij wel de moeite waard om ook in “De Geit” eens de groote invloed van deze geit te behandelen.

Cor 2237 is in 1923 bij dhr. H. van der Grond te Strijen geboren. Vader was de bok Pedro No. 7, terwijl de moeder niet geregistreerd was.
Cor werd in de zomer 1924 ingeschreven met het volgende keuringsrapport:

Algemeen voorkomen ab
Voorhand b+
Rug en lenden b+
Kruis b+
Beenen, stand en gang ab
Uier ab

Hieruit blijkt dus wel, dat Cor een mooie geit was.
Het is niet alleen een mooie geit, doch ook een productieve geit, wat uit onderstaande productiegegevens duidelijk tot uiting komt:

leeftijd: K.G. melk: % vet: dagen:
1-jarige 459 4,95 251
2-jarige 631 4,83 305
3-jarige 756 4,89 294
4-jarige 812 4,73 290
5-jarige 780 4,26 300
6-jarige 828 4,39 315
8-jarige 861 4,44 298
Cor 2237 met afstammelingen.
Cor behaalde op verschillende keuringen prijzen en medailles, en werd door dhr. Roest dan ook uitgezocht om ingezonden te worden op de groote Nationale Tentoonstelling in 1928.
Zij behaalde daar geen prijs omdat men ze te klein vond. Men kan hier natuurlijk verschillend over oordeelen, doch het streven in Z.-H. is vanaf het begin af aan geweest om productieve geiten te fokken, die lang mee gaan.
Dhr. Roest heeft dan ook Cor altijd zeer hoog aangeslagen en niet ten onrechte. Cor heeft een zeer gunstige invloed op de fokkerij uitgeoefend.
In de eerste plaats wil ik hier onder de vrouwelijk nakomelingen laten volgen:


Uit deze opsomming blijkt dus, dat van Cor vele geiten geregistreerd zijn. Van de drie dochters zijn de volgende melklijsten bekend:
Cor II
leeftijd: K.G. melk: % vet: dagen:
1-jarige   727 5,09 255
2-jarige   728 4,45 278
3-jarige   873 4,10 272
5-jarige 1042 4,40 312
7-jarige   873 4,26 291
Rika:
leeftijd: K.G. melk: % vet: dagen:
5-jarige 693 4,02 275
6-jarige 668 4,00 261

Cor IV:
leeftijd: K.G. melk: % vet: dagen:
1-jarige 798 4,21 286
2-jarige 740 4,37 287

Deze dochters hebben dus wat de productie betreft de moeder wel nagevolgd. Hetzelfde zien wij bij verschillende kleindochters, zooals bijvoorbeeld bij Hennie 4634 S.
Deze gaf:
leeftijd: K.G. melk: % vet: dagen:
1-jarige 473 5,20 264
2-jarige 796 4,63 262
3-jarige 764 4,62 270
4-jarige 778 4,91 279
5-jarige 620 5,14 234

Van de andere kleindochters zijn nog niet veel gegevens bekend, zoodat wij het bij deze opgave van melklijsten zullen laten.
 
Cor II
Wat de dochters betreft is vooral Cor II op de voorgrond getreden. Deze geit werd in 1926 ingeschreven. Voor rug en lenden werd een b toegekend, en voor de andere onderdelen allemaal ab. Dus wel het bewijs, dat dit een prima dier was.
Van deze geit zijn naast de genoemde dochter verschillende zoons aangefokt, waarvan Leen 240 S wel de belangrijkste geweest is.
Deze bok heeft in de volgende afdeelingen gestationneerd gestaan: Giessen-Nieuwkerk (2 jaar), Achterdijk (2 jaar), Asperen (1 jaar) en staat nu in de afdeeling Oosterwijk.
Van dezen bok is ook weer een zeer groot aantal zoons en dochters ingeschreven. Ottoman 310 S, een der beste bokken van Zuid-Holland is onder andere van hem afkomstig.

Uit de dochter van Cor II, Henny 4634 S, werd onder andere de bok Landman 237 S gefokt, waarvan niet minder dan 28 dochters in het Stamboek opgenomen zijn.
Ottoman
Van de andere dochters en kleindochters zijn ook wel eenige bokken gefokt, doch deze zijn niet zoo op den voorgrond getreden, zoodat ik die verder buiten beschouwing zal laten.
 
Zoons van Cor 2237 R
Naast de genoemde dochters, zijn er van de oude Cor ook verschillende zoons gefokt en wel de volgende:
Izak 203 S
Joseph 216 S (verkocht naar Utrecht)
Jaap 220 S
Nol 273 S
Ricardo 388 S

Het is buitengewoon interessant om ook hier weer de afstammelingen van na te gaan, doch dit zou mij te ver voeren.
Het doel van dit artikel was vooral, om eens de groote invloed van een geit uit te laten komen.
S. de Jong Szn.
`s-Gravenhage, 15 april 1937
De Geit en hare Verzorging, mei 1937

 

WITTEENBONTEGEITEN.NL